Contracteringsvormen

Het doel van een aanbesteding is het selecteren van een marktpartij om vervolgens een contract mee aan te gaan. Bij het Rijk worden de volgende 4 typen contracten het meest gebruikt:

  • Design & Construct (D&C) ook wel Design & Build genoemd.
  • Engineering & Construct (E&C).
  • Design, Build, Finance, Maintain (en Operate) (DBFM of DBFMO).
  • Allianties.

Hieronder zullen we deze contract- en samenwerkingsvormen kort toelichten.

 

design1


Figuur 14: Overzicht contracteringsvormen [PPS Kennispool, 2011]


Design & Construct (D&C)
Design & Construct is het hoofdmodel van RWS en is verankerd in haar standaardmanier van werken. Het is een aanpak waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor zowel het ontwerp als de uitvoering. De opdrachtnemer kan gevormd worden door één onderneming of een consor-tium van verschillende ondernemingen. Bij D&C wordt het gewenste resultaat door de opdracht-gever in prestatie-eisen gedefinieerd door middel van een functionele specificatie in plaats van met gedetailleerde bestekstekeningen. Ook kan eventueel een globaal ontwerp worden toege-voegd. D&C leent zich voor de realisatie van projecten waarbij vroegtijdig duidelijkheid bestaat over het te leveren product. Concurrentie vindt plaats op basis van prijs en kwaliteit. Voordelen van D&C zijn dat de uitvoeringsexpertise van de aannemer kan geïntegreerd in het ontwerptraject en dat de aannemer een resultaatverantwoordelijkheid heeft. Ook kan de uitvoering eerder star-ten dan bij een traditionele aanpak, omdat ontwerp en uitvoering meer parallel plaatsvinden. Na-delen zijn dat de opdrachtgever relatief weinig invloed heeft op het ontwerp en dat er discussie kan ontstaan over bijvoorbeeld kwaliteit van materialen en detaillering. Ook vraagt deze contract-vorm een andere aanpak van de opdrachtgever in het kader van het toezicht op ontwerp en uit-voering.


Engineering & Construct (E&C)
Een variant op D&C is het engineering & construct model. Hierbij werkt de opdrachtgever het ontwerp grotendeels uit, maar wordt de technische uitwerking aan de aannemer over gelaten.


DBM
In aanvulling op het D&C of E&C model is het mogelijk om ook meerjarig onderhoud aan de op-drachtnemer op te dragen. Dit heeft het voordeel dat de opdrachtnemer wordt uitgedaagd om in het ontwerp na te denken over de onderhoudstechnische gevolgen. In het kader van de contract-beheersing is het bovendien eenvoudiger om de opdrachtnemer zelf de gevolgen van ontwerp-keuzes te laten dragen.


DBFM
DBFM staat voor Design Build Finance and Maintain. Het is binnen Rijkswaterstaat de meest ge-bruikte PPS-contractvorm. Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt de opdrachtgever een product in: bijvoorbeeld een rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt hij echter een dienst af: een beschikbare rijksweg. Als (mede) financier van een project loopt de marktpartij bij een DBFM-contract meer risico dan bij een traditioneel contract. In ruil hiervoor vraagt hij vaak ruimte voor creativiteit en mogelijkheden om eigen oplossingen te ontwikkelen. Uitgangspunt bij een DBFM-contract is dat risico’s en verantwoordelijkheden worden belegd bij de partij die deze het beste kan beheersen en dragen. De betaling aan de opdrachtnemer gebeurt periodiek na de bouw, op basis van geleverde diensten. Als de afgesproken diensten niet worden geleverd, tre-den boeteclausules in werking. De winstdoelstelling van het consortium en de private financiers zorgen ervoor dat de opgelopen boetes tot een minimum zullen worden beperkt.


Design, Build, Finance, Maintain, Operate (DBFMO)
DBFM(O) is een geïntegreerde contractvorm die bijvoorbeeld door de Rijksgebouwendienst veel-vuldig wordt toegepast. In aanvulling op het DBFM-conract wordt nu ook een operate-component aan de opdrachtnemer opgedragen, zoals gebouwbewaking, kantine oid.


Samenwerkingsvormen zoals allianties
Een Alliantie is gericht op het creëren van gelijkgeschakelde belangen. Een alliantie is geen con-tractvorm, maar een manier van samenwerken aanvullend op een contract. Daarbij worden de alliantieafspraken uiteraard wel vastgelegd in een contract, dat gezien kan worden als een ‘para-plu’ over de overige gesloten contracten tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer. Het Rijk kan bijvoorbeeld een alliantie aangaan met een aannemer in combinatie met een design & construct contract. Het gaat om het inbouwen van bepaalde financiële prikkels die leiden tot gezamenlijk risico’s delen, problemen oplossen en zoeken naar optimalisaties. Er is een breed spectrum aan alliantievormen. De minimale variant bestaat uit een enkele bijeenkomst aan de start van het pro-ject waarbij gezamenlijk alle mogelijke optimalisaties in beeld worden gebracht en er over de in te brengen optimalisaties een financiële verrekening wordt afgesproken. Bij de maximale variant, zoals de Waardse Alliantie en de N201, worden met een gezamenlijke organisatie (waarin de alliantiepartners personen met relevante kennis inbrengen) onder andere ontwerp en hoofduitvoe-ringsmethode ter hand genomen en wordt een alliantiefonds gevormd voor organisatiekosten, risico’s en kansen. Voordelen van een alliantie zijn dat er maximaal wordt samengewerkt op zoek naar win-win-oplossingen; en dat hierdoor vaak kosten worden bespaard. Nadeel van een alliantie is dat het kan mislukken als de gekozen vorm niet goed is toegesneden op het project, of als de betrokken personen niet handelen naar de principes van de alliantie.
En dat is nog niet alles. Zo zijn er ook nog de volgende contractvormen die nauwelijks gebruikt worden bij het Rijk:


- traditioneel
- traditioneel, variant bouwteam
- Build Operate Transfer (BOT).


De onderstaande figuur geeft de mate van marktbetrokkenheid per contract aan.

 

design2


Figuur 15: Indeling van contractmodellen in categorieën.In deze figuur wordt de verdeling van taken gevisualiseerd vanuit de relatie opdrachtgever / aannemer. Als er taken aan de opdrachtgever zijn toebedeeld betekent dit niet automa-tisch dat hij deze zelf uitvoert, vaak zal de opdrachtgever deze aan andere partijen uitbesteden.


Traditioneel
In dit model wordt het ontwerp door en voor risico van de opdrachtgever opgesteld en voert de opdrachtnemer dit ontwerp uit. De contractering van de aannemer volgens traditioneel model verloopt meestal via een bestek dat is opgesteld met de RAW systematiek en onder de contract-voorwaarden UAV 1989. Het belangrijkste kenmerk van dit model is de strikte en volgtijdelijke scheiding tussen ontwerp en uitvoering. Het Traditionele Model wordt vaak beschreven volgens de ‘klassieke driehoek’. Zo heeft de opdrachtgever een contractuele relatie met de architect of adviseur (ingenieursbureau). Een tweede contractuele relatie is aanwezig tussen opdrachtgever en aannemer. De derde en laatste relatie, tussen de architect en aannemer, is functioneel van aard. Het traditionele model vergt een deskundige opdrachtgever. Concurrentie geschiedt vooral op prijs. Voordelen zijn dat de opdrachtgever grote invloed heeft op het ontwerp en dat de ma-nier van werken heel duidelijk is voor alle betrokkenen. Nadelen zijn dat er veel werk en verant-woordelijkheid bij de opdrachtgever ligt en dat de kennis van de markt slechts beperkt wordt benut. De opdrachtgever loopt het risico dat het bestek niet goed uitvoerbaar blijkt of fouten bevat, waardoor er meerwerk ontstaat.


Bouwteam
Bij een bouwteam is in principe sprake van het Traditionele Model, omdat voor ontwerp en uit-voering twee afzonderlijke en elkaar opvolgende contracten worden gesloten. Opdrachtgever, adviseur en aannemer sluiten eerst een contract voor de ontwerpfase. De aannemer in het Bouw-team wordt mogelijk in het vooruitzicht gesteld dat hij als eerste en enige gegadigde een prijs-aanbieding mag doen. De opdrachtgever is niet verplicht deze aanbieding te aanvaarden en heeft de mogelijkheid om afscheid te nemen van de aannemer en hem te betalen voor de verrichte diensten. Het contractmodel Bouwteam wordt meestal toegepast bij omvangrijke en/of complexe werken, waarbij de uitvoeringsdeskundigheid van de aannemer duidelijke meerwaarde geeft tij-dens de ontwerpfase. Voordelen zijn dat het ontwerp met meer uitvoeringsdeskundigheid en kos-tendeskundigheid tot stand komt en dat er sneller zekerheid kan worden verkregen over de bouwkosten.
Nadelen zijn dat er minder ruimte is voor concurrentie en dat het proces gevoelig is voor conflic-ten en daarmee voor vertraging en meerkosten. Conflicten ontstaan bijvoorbeeld tussen aan-nemer en architect over het ontwerp, of tussen aannemer en opdrachtgever over de prijs. Aan-sprakelijkheid vaststellen is bovendien ingewikkeld.


Build, Operate, Transfer (BOT)
Build, Operate & Transfer is een contractvorm waarbij de opdrachtnemer iets bouwt, financiert en voor een vastgestelde periode exploiteert. Daarna draagt hij het over aan de opdrachtgever. De opdrachtnemer bestaat uit een aannemer en een financieringsinstelling. BOT is ongeveer het-zelfde als DBFMO, met het verschil dat bij BOT het object tijdens de looptijd van het contract in eigendom van de opdrachtnemer blijft. Dit wordt in sommige landen toegepast bij infrastructuur. In Nederland is BOT bekender bij gebouwen. De exploitatie bestaat dan uit de verhuur van het gebouw aan de opdrachtgever. Voordeel is dat de opdrachtgever weinig risico’s loopt. Nadeel is dat hij weinig invloed heeft op het eindresultaat.