Inleiding

De RijnlandRoute is de nieuwe provinciale wegverbinding tussen de kust (Katwijk) en de A4 bij Leiden. Deze nieuwe verbinding wordt van groot belang geacht voor de regio Holland Rijnland, met name rondom Leiden en Katwijk. Met de RijnlandRoute wil de provincie de verkeersmobiliteit bevorderen, het woon- en leefklimaat versterken en een stimulans geven aan economische ontwikkeling in de regio.

De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben zich op 27 juni 2012 uitgesproken voor de Zoeken naar Balans-oplossing in de RijnlandRoute: een tracé dwars door Voorschoten en dwars door het landelijk gebied tussen Leiden en Wassenaar; aan te leggen op conventionele wijze en met veel schade voor milieu, mens en natuur. Het stuit op veel bezwaren bij bewoners, bestuurders, natuurorganisaties en politici. Een statenbreedgesteunde motie van het CDA Zuid-Holland leidt tot een studie (quick scan /Nadere Analyse) van de technische- en economische haalbaarheid van een boortunnel onder Voorschoten. Op basis van een toezegging aan de CU, wordt tevens ook een boortunnel van de A44 tot de A4 in het onderzoek meegenomen. Daarmee is politiek uiting gegeven aan de wil om naar alternatieven met draagvlak te zoeken.

Het alternatief is een boortunnel. Een geboorde tunnel houdt rekening met een samenstel van omgevingsfactoren, waaronder draagvlak onder burgers, maatschappelijk middenveld, bestuurders en politici, en houdt rekening met de relatief beperkte financiële middelen in een tijd van economische teruggang. De boortunnel is een duurzame oplossing, houdt rekening met toekomstige generaties én uit gedegen onderzoek blijkt dat een geboorde tunnel zelfs financieel voordeliger kan zijn.

Dit rapport beschrijft de technische en financieel-economische haalbaarheid van een korte of een lange boortunnel. Hierbij wordt uitgegaan van de politieke realiteit, de reeds vastgelegde tracékeuze en financiële kaders.

Ter aanvulling van deze boortunnels worden daarnaast aanbevelingen gedaan voor optimalisatie van het gehele Zoeken naar Balans-tracé van Katwijk tot de A4.

Een boortunnel heeft op de korte termijn het voordeel dat men op slechts twee plaatsen de hinder van een bouwput ondervindt in plaats van langs de gehele route (met alle sociaal-economische ontwrichting vandien). De voordelen op de lange termijn zijn uiteraard dat mens, natuur en milieu niet worden beschadigd of aangetast maar duurzaam worden ontzien. De voorgestelde boortunnel bestaat uit twee buizen, elk met twee rijstroken, met een diameter van ongeveer 11 meter en gaat geheel onder Voorschoten door.

Technische en financieel-economische haalbaarheid van een boortunnel in het zoeken naar Balans-tracé - 9 -

Niemand ondervindt hinder van de aanleg: bewoners niet, sporters niet, recreanten niet en om niet te vergeten: het verkeer niet. Het boormateriaal uit de tunnel wordt via de Vliet afgevoerd zodat ook het wegverkeer geen hinder ondervindt.

De kenmerken van de korte boortunnel onder Voorschoten zijn de volgende (alternatief 1a):

  • in de Oostvlietpolder, voor de Vliet wordt een startschacht gemaakt waar de tunnelboormachine het boren begint;
  • in de Papenwegsepolder na het spoor komt de ontvangstschacht, waar het boren eindigt;
  • de lengte van de korte boortunnel is ca. 1.800 m.

Het lange boortunneltracé kan als volgt worden omschreven (alternatief 1b):

  • begint bij het nieuwe knooppunt Maaldrift in de A44 waar de boortunnel op ca 600 m afstand van de A44 begint: de rijbanen vanaf het knooppunt naar de boortunnel verdwijnen na ca. 200 m ondergronds en zijn dan verder aan het zicht onttrokken;
  • eenzelfde situatie doet zich bij de aansluiting van de boortunnel in de Oostvlietpolder op het knooppunt bij de A4 voor;
  • de lengte van de lange boortunnel is ca. 3.410 m.

In aanvulling op deze boortunnels wordt ook ingegaan op:

  • een optimale inpassing van Katwijk tot aan de A44 bij Maaldrift als deel van Zoeken naar Balans (alternatief 1c).

Figuur 2: schema alternatieven

Technische en financieel-economische haalbaarheid van een boortunnel in het Zoeken naar Balans-tracé - 10 -

Een belangrijk argument voor een langere boortunnel is dat daarmee ook de overlast die de Zuidbuurt en de Stevenshof in Leiden bij Zoeken naar Balans zullen ondervinden grotendeels wordt weggenomen. Dat kan door het knooppunt van het klaverbladtype te vervangen door een knooppunt van het Blankenburg-concept1 (zie figuur 3).

 

Figuur 3: Blankenburgconcept

Dit rapport geeft een beschrijving van de korte en de lange boortunnel in samenhang met voorgestelde aanpassingen in de rest van het tracé. Aandacht wordt besteed aan inpassing van de boortunnel, aan de technische en financieel/economische haalbaarheid en aan de inpasbaarheid in relatie met tunnelveiligheid. De kosten en kosten/batenverhouding komen aan de orde, evenals de milieueffecten.

1 Het Blankenburg-concept is een drierichtingen knooppunt waarbij de bogen vanaf een doorgaande weg in zijwaartse richting lopen, waar nodig direct onder de doorgaande banen door. Dit concept is compact en kan daardoor goed in de beperkte ruimte van een bestaande omgeving worden ingepast. Als inrit naar de boortunnel kunnen de bogen in overkluisde tunnelbakken snel aan het oog worden onttrokken.